Oude termen

Oude termen voor genealogen

Woordgebruik in oude gedrukten en geschriften.
Heel veel gegevens kunnen we tegenwoordig via het internet vinden maar als we zelf zoeken en we geconfronteerd worden
met oude stukken, dan komen we termen tegen die niet altijd begrijpelijk zijn. De afstand tussen het hedendaagse Nederlands en
dat van vroeger is (vrij) groot.  
Zoals nu bijv. een deurwaardersexploot beladen is met termen die de gemiddelde mens niet kent, geldt in min of meerdere mate
hetzelfde voor de oude stukken waar wij als genealogen mee te maken hebben. Vooral in de officiële en kerkelijke stukken komen
veelvuldig latinismen voor. Daarnaast zijn er in het oudere taalgebruik de nodige woorden die wij niet meer kennen of die nu een
andere betekenis hebben. Een voorbeeld is het woord swager, dat destijds zowel schoonzoon als man van een zuster kon betekenen.
Het lijkt mij daarom nuttig aan deze site geleidelijk een woordenlijst van oude- en Latijnse termen, die genealogen tegen kunnen
komen, toe te voegen.

Mijn voornaamste bronnen zijn:
het Vroegmiddelnederlands Woordenboek, het Middelnederlands Handwoordenboek, het Practisijns woordenboekje en
het Woordenboek der Nederlandse taal.

Voor aanvullingen en correcties houd ik mij uiteraard aanbevolen.

H.M. Lups


A

a (ab) van, van der
aanbrengsten de meegebrachte goederen door een van de echtgenoten bij het sluiten van een huwelijk
aankomst de wijze waarop een goed in iemands bezit is gekomen
aanlegger degeen die een eis in rechten instelt, de eiser
aan(be)sterven (aen-) bij een erfenis ten deel vallen, in eigendom krijgen
aanverwant verbonden of verbonden aan iemand door banden van het bloed
ab intestato bij versterf
ab obstetrice baptisatus est is gedoopt door de vroedvrouw
abandonneren overgeven, verlaten, opgeven
abavia betovergrootmoeder
abavus betovergrootvader
abbreviatie afkorting, verkorting
abdicatie (vijwillig) afstand doen
abjureren afzweren
abrogeeren verkorten, te niet doen, afschaffen, buiten werking stellen
absentie afwezig zijn
absolveren voltrekken, vij spreken van misdaad, afdoen
abstentie afstand doen (van een erfenis)
abundant overvloedig
acces toegang
accijs belsting, impost
accommodeeren behulpzaam zijn, schikken
accordeeren overeenkomen, toestaan
accusatie beschuldiging
achtervolgen nakomen, naleven
acte geschrift, afgegeven door een bevoegde instantie, dat kan dienen als bewijsstuk
actie vercrijgen opvolgen als rechthebbende/eigenaar
actum opgemaakt, gepasseerd
acquireeren verkrijgen
acquiteeren kwijtschelden
addeeren bijvoegen, optellen
addenda aanhangsel, bijlage, bijvoegsel
addiceren gerechtelijk toewijzen, toekennen
ademtio het wegnemen, onttrekken
ademtio civitatis ontzegging van burgerrecht
adeptie het verkrijgen, het verwerven
adhereren aanhangen
adiëren aanvaarden, aannemen
adjudceeren toewijzen
adjudicatio gerechtelijke toewijzing van een eigendom
adjunctum bijlage, het toegevoegde
adjurare zweren, met een eed bevestigen
admissie verlof, vergunning,toelating
admitteren toelaten, toestaan
admonitie aanmaning, vermaning
adscribeeren eigenen, toeschrijven
adstringeeren verbinden, dwingen
adulterium echtbreuk
adverteren mededelen, kennisgeven (in het openbaar)
aenbesterven door erfenis (overlijden) in eigendom krijgen
aenlegger eisende partij in een proces
aentale aanspraak in rechte, eis
aenvaen aanvatten, in bezit nemen, beslag leggen op
aequali gradi in gelijke graad (van bloed- of aanverwanntschap
affinis door huwelijk verwant
aflijvig overleden, dood
Afscheiding uittreding uit de Hervormde Kerk in 1834
afslag (ver)mindering
afstammeling nakomeling of bloedverwant in nederdalende lijn
afstammen zijn oorsprong ontlenen aan, via genealogische weg
agnaten afstammelingen in de mannelijke lijn
akte van acceptatie verklaring van de door de familie aangestelde voogden het voogdijschap op zich te willen nemen
akte van bewijs of vertichting vastlegging van het erfdeel van minderjarigen als een van de ouders was overleden in het geval dat de ouders niets hadden geregeld
akte van handlichting (ook venia aetatis) verkla­ring van de Staten dat de mindeijarigheid vroegtij­dig was beëindigd. Werd aan de weeskamer voor­gelegd
akte van indemniteit borg- of ontlastbrief, meegegeven als iemand zich elders vestigde, voor het geval dat deze binnen een zekere termijn tot armoede zou vervallen
akte van seclusie uitsluiting van voogdij van de weeskamer (als de ouders bij hun leven de voogdij hadden geregeld
akte van voogdijstelling benoeming door de weeskamer van voogden van minderjarigen
aling geheel, volkomen
aliquis iemand
aliunde van elders
allegeren in rechte beweren, als argument in een proces aanvoeren
alsoo derhalve
altera die de dag daarna
ambachtsheerlijkheid het gewone bestuursgebied op het platteland in westelijk Nederland
ambo beiden
ambo hic nati beiden hier geboren
anno in het jaar
anno eodem ut supra in hetzelfde jaar als boven
annuatim jaarlijks
annus jaar; Anno Domini, in het jaar des Heren
ante voor
appellant iemand die in beroep gaat
approbatie goedkeuring, vergunning
aprehenderen gevangen nemen
arbritale correctie terechtzetting
argelist sonder arge ende list = zonder kwade bedoelingen
ascendant verwant in opgaande lijn
asserens se nominari die beweert te heten
assumeren getuigen er bij nemen, die de partijen kenden
attestatie getuigschrift, verklaring
attesteren getuigen, verklaren dat
avancement bevordering
avans voordeel
averseeren tegenstreven, tegenstaan
adverteeren waarschuwen, verwittigen
adulterium overspel
advoyeeren toestemmen, bevestigen, gestand doen
affairen handel,  koopmanschap
affigeeren aanhechten, aanplakken
affiniteit maagschap, zwagerschap, verwantschap
affirmatie bevestiging
affronteeren verkorten, beledigen, verongelijken
agent zaakvoerder
aggraveeren bezwaren, overladen
aggreeren behagen, toestemmen
agnosseeren erkennen
alimenteeren voeden, de kost geven
allodiale goederen  vrije en ontleengoederen, vrije have
alteratie verandering
altereeren veranderen, verwisselen
amanuansis schrijver, klerk
amende boete, straf
amissie verlies
amoveeren weren, wegdoen, wegnemen
amphibolie dubbelzinnigheid
annalen jaarboeken, tijdrekeningen
annullatie vernietiging
annuncieeren aanzeggen, verkondigen
antecedeeren voorgaan
antiqueeren afschaffen, te niet doen
apocha kwitantie, kwijtscheldingsbrief
apostilleeren op de kant aantekenen
applicatie toepassing
appointement aantekening op een verzoekschrift
approbatie goedkeuring
approprieeren toeeigenen
aput acta voor het gerecht, wettelijk
ascendent opgaande, opklimmende
ascendenten opgaande maagschap
assesseur bijgevoegde, bijzitter
assumptie bijneming, aanneming, toeneming
astrueeren opbouwen, aanbouwen
atache aanhangsel, bijvoegsel
atterminatie uitstel van tijd, verlenging
attestatie getuigenis, verklaring
attrapeeren betrappen
authentiseeren bekrachtigen
authorisatie last, volmacht
avond dag voor een RK feest: Sintemaartensavond; St.Maarten is 11 november, Sintemaartensavond is dus 10 november
avunculus oom van moederszijde
avus grootvader

B

Baat, om baat verkregen tegen een nagenoeg gelijkwaardige tegenprestatie verkregen
baccalaureus student die zijn basisopleiding heeft afgesloten        
bajalus baljuw
balance weegschaal, waag
baljuw landvoogd, landdrost, die over het halsrecht en de straffen van misdaden gesteld is
bal(l)ivus grafelijk ambtenaar, landvoogd, baljuw, hofmeester, regent, baljuw
bannum banaal oftewel gedwongen gebruik van een object toebehorend aan een landheer, waar voor hij betaling eiste, bijv. een molen of een oven
bannus (huwelijks) afkondiging
banquerotier, bankbreker, bankroetier iemand die bankroet, failliet is gegaan, vooral wanneer daarbij bedrog is gepleegd
baptisatus est, batisata est  hij is gedoopt, zij is gedoopt
baptiseeren naam geven, dopen
baptismate necessitatis nooddoop
babtismum doopsel
baptismum necessitatis nooddoop
baptizati sunt zij zijn gedoopt
baratum, barata (bedriegelijke) handel, ruil
basta(a)rd onecht kind, speelkind
bede verzoek (om geld door vorsten) (iets bezitten ter bede = iets bezitten tot wederopzeggens toe)
beestiaal het vee, beestelijk
behoudelijkck met uitzondering van
beklemming beperkt recht alleen voortkomend in de prov. Groningen en de aangrenzende delen van Drenthe en Friesland waarbij de  beklemde meier gronden  in gebruik krijgt van de eigenaar tegen betaling van een vaste beklemhuur. De normale beklemming is vast, altoos durend, in alle linien vererfbaar.
beklempenningen Naast de vaste beklemhuur werd vroeger om de zes jaar een vast bedrag betaald als symbool voor de nieuwe inhuring.
belegen hebben als belendingen hebben
belend gelegen naast
benedictio (huwelijks) inzegening
beneficie(cium) voorrecht voor het leven
beneficium abstinendi het voorrecht afstand te doen  (van een nalatenschap)
benedicium cedendarum actionum het recht van betaling dat de schuldeiser op de mede borgen heeft
beneficie weldaad, voordeel, voorrecht
beneficieeren weldoen, goed doen, verbeteren
beneficie van inventaris voorrecte van boedelbeschrijving, wat meebrengt dat de erfgenaam niet verder aansprakelijk is voor de schulden van de boedel als de goederen van de overledene opbrengen
beneficium divisionis het recht om de schuldsplitsing onder de borgen te verzoeken
beneficium ordinis voordeel van aanspreekorde
benevolentie welwillendheid
benigniteit goederterenheid, gulhartigheid
beschrijvinge beschrijvingsbrief, bijeenroepen van een vergadering
besoigne werk, bezigheid
besoigneren arbeiden, werken, bezig zijn
besogne zitting, bijeenkomst
bestier beheer
beunhaas iemand die een beroep uitoefende zonder lid van het gilde te zijn
beuren (boeren) in ontvangst nemen of heffen van bijvoorbeeld rente
bewijsen rente of hypotheek vestigen op een 'aangewezen' stuk land
bidellus gerechtsdienaar, beulsknecht
bidprentje uitgereikt aan de nabestaanden van een RK overledene. Bevatten vaak genealogische gegevens
bigamus die twee mannen of vrouwen tegelijk heeft
blameren faam roven, naam schenden
blasphemeeren lasteren
blasoen veldteken, wapenschild, zinspreuk in vendel
bona goederen
bona hereditaria erfgoederen, stamgoederen
bona materna goederen van moederszijde
bona minorum goederen van een minderjarige
bonificeren verbeteren,vergoeden, schadeloosstellen
breuken (broken) inbreuk maken op de rechtsorde/boete
brevier een kort begrop, een korte inhoud
brief (open) openbare akte of oorkonde
broederdienst Vrijstelling van dienstneming door een dienstplichtige, die tenminste twee broers had, die al als dienstplichtige hadden gediend bij de lanfmacht, de zeemacht on in de overzeese krijgsmacht.
Bruidschat (vaak een evenredig deel van het) vermogen door de ouder(s) aan de huwende vrouw meegegeven. Dit kon een geldbedrag zijn, maar ook onroerend goed of huishoudelijke goederen of sierraden.
burgerboek (ook poortersboek) boeken waarin de namen van hen, die het burgerrecht hadden verkregen door geboorte of door betaling van een tax, werden op­getekend met vermelding van de herkomst
bullare bezegelen, bekrachtigen
bulle een brief, een promotiebrief
burgerlijke stand registratie van geboorte, huwelijk en overlijden. Ingesteld in 1811 (Limburg en Zeeuws- Vlaanderen 1796)

C

cachet zegel
cabium wissel, wisseling, ruiling
calange beschuldiging, aantijging
canselier opperschrijver
canon regel, richtsnoer, jaarlijkse uitkering verschuldigd wegens erfpacht, beklemming, grondrente, opstal
canoniek recht kerkelijk recht
capabel bekwaam
capellaniegoederen vicariegoederen
capittel hoofdstuk; Godshuis
carga laadbrief van schepen
cargalijst openbare aankondiging van aankomst van goederen met een zeeschip
cargadoor koopman die zeehandel drijft
cargasoen lading, vracht van een schip
caritaat geestelijke, chistelijke liefde, weldadigheid, liefdegift
caritaatarme bedeelde
Carolusgulden gouden,  zilveren of rekenmunt van gelijke waarde als de door Karel de Stoute geslagen guldens
cartabel klein geschrift, boekje, tractaatje
cas voorval
casseeren afschaffen, te niet doen
casselrij het gebied van een kastelein of burggraaf, districten waarin destijds het platteland in Vlaanderen was verdeeld
castigatie tuchtiging
casuele prestatie prestatie of verrichting die in bepaalde gevallen of bij het intreden van bepaalde gevallen moet geschieden, bijv. bij een huwelijk van een beklemde meier
cateylen roerende goederen
catholiek algemeen
causa mortis doodsoorzaak
causa uxoris uit hoofde van het huwelijk
cautie, cautio borgtocht
cautionaris borg
caveeren wachten, borg blijven, verhoeden, voorkomen
cedel, ceduul schriftelijke kennis- of lastgeving, een bewijsstuk, een rekening, een bewijs van betaalde rechten, een bewijs aan toonder
cedulle schuldbrief
censuarius erfpachter
census hereditas erfpacht
cessie overdracht van een vordering op naam door de cedent, degeen die de overdracht doet
cessionaris degeen die zijn bezit aan zijn crediteuren overdraagt
cessio bonorum boedelafstand
chariteit milddadigheid
charter het eerst afgegeven afschrift van een akte, oorkonde
chronologie tijdrekening
citatie dagvaarding, openbare oproeping
classis bestuursorganisatie in het protestants kerkrecht
Code Civil Franse Burgerlijk Wetboek, in Nederland van kracht van 1811-1838
Code de Commerce Franse Wetboek van koophandel, in Nederland van kracht van 1811-1838
Code Pénal Franse Wetboek van strafrecht, in Nederland van kracht van 1811-1886
codex wetboek
cognaat bloedverwant, zowel in de mannelijke als de vrouwelijke lijn
cognatieerfrecht erfrecht voor alle bloedverwanten, zowel in mannelijke als in vrouwelijke lijn
collaterale successie erfopvolging in de zijlijn
colligeeren verzamelen
commater doopmoeder, meter
commemoreeren herdenken, herhalen
commentarie verklaring, uitlegging
compareren verschijnen in rechte
compater doopvater, peet(oom)
concilie hoge vergadering in de R.K.kerk
concubinaat buitenechtelijke samenleving van man en vrouw
confessie bekentenis, belijdenis, biecht
conficieeren voleinden, ten einde brengen
confideeren toevertrouwen
confisqueeren verbeurd verklaren
confugie toevlucht
congeneralis verwant
congrueeren overeen komen
conjectureeren ramen, gissen
conjugeeren tezamen voegen
conniveeren door de vingers zien, gedogen
consacreeren heiligen, wijden
consanguiniteit bloedverwantschap, maagschap
consecutie vervolg
consenteeren bewilligen, toestemmen
consort medestander
conspicieeren aanschouwen, aanzien
constringeren dwingen
contract overeenkomst
consummeeren volvoeren, voleinden
contagie besmetting
contesteeren beroepen, betuigen
contra-rol tegen-boek
contract-antenuptiaal huwelijks voorwaarden
contre borg tegenborg
convenant verdrag, verbond
copulatio kerkelijke huwelijksvoltrekking
cijns vaste heffing, grondrente

D

daadlijkheid geweld, actie
dagteken datum
dagtijden termijnen
dagvaart (dag)reis, vergadering, dagvaarding
data generali absolutione na het geven van de algemene absolutie
de rato caveeren zeker stellen
debitis verplichte
debourseeren (geld) voorschieten, uitgeven
debvoir ambtsplicht, plichtsbetrachting
decapiteeren onthoofden
decem tien
decemator tiendeheffer
decembris december
decennium tijdvak van 10 jaar
decima tiende, o.a:
decima bladi graantiende
decima feni hooitiende
decima torbonum turftiende
dechargeeren ontlasten
declaratie aanwijzing, rekening, verklaring
declineeren afwijken,
deductie uiteenzetting, berekening
deelpacht pachtovereenkomst waarbij de tegenprestatie bestaat uit een overeengekomen deel van de opbrengst
deërreren afwijken
defendeeren beschermen, beschutten, bepleiten verweren
defereeren aanbrengen, opdragen, overgeven
defloren onteren,ontmaagden, schenden
defornetorum overlijdensregister
delatie overdracht
delatio juramenti deling van eed
delibereren beraadslagen, bezinnen, overwegen
delivreeren bevrijden
deloqeeren uitgooien
demandeeren bevelen, gelasten
demereren verdienen
demigravit overleden
demoliëren afbreken
denatus gestorven
denoteren wijzen op
denumereeren afrekenen, aftellen
denuncieeren aanzeggen
denuntiati aanzegging, afkondiging
depecheeren afvaardigen
dependeeren afhangen
depositie getuigeverklaring
deprehendeeren gewaar worden, grijpen, vatten
deputeeren afzenden
derdehalf twee en een half
derelicta weduwe
descendent afstammeling, nakomeling
designatie aanwijzing, betekening
designeeren betekenen, beduiden, aanwijzen
desisteren afstand doen, afzien
despereeren twijfelen, wanhopen
despescheren afgeven, uitgeven
despiciëren afzien, versmaden
dessyn ontwerp, patroon
destourneeren afwenden
destrueeren beroven
detentor houder
deterreren afschrikken
detesteeren afzweren
deurwachter portier
devolutie afgang, vermindering, verloop
devolveren aan ressorteren onder
devoueren prijsgeven
diaconus diaken
diefjesvaar heler/opkoper van gestolen goed
diefleyer dienaar van de schout
dienstelijk hulpvaardig, dienstwillig
dies dag
dies natalis geboortedag, verjaardag
diffenderen verdedigen, rechtvaardigen
differeeren verschillen, uitstellen
difficulteren bezwaar maken tegen
dijkgraaf voorzitter waterschap
dijkplichtige persoon die tot het onderhoud van een dijk moeten bijdragen
dijkstoel dagelijks bestuur (dijkgraaf plus heemraden) van een waterschap
dilatie uitstel
diligent naarstig
diminutie vermindering
dimitteeren ontslaan, vrijlaten, vrijstellen
dingtaal het geheel van formules bij het procederen voorgeschreven
dirimeeren afscheiden, ontdoen, scheiden
disavantagie nadeel
discepteeren krakelen
discerneeren onderscheiden, onderkennen
disciperen uiteen slaan
discessus dood, overleden
discord onenigheid, tweedracht
discourageeren ontmoedigen
discrepancie verschil
disculpatie verontschuldiging
disgratie ongenade, ongunst
disjunctie scheiding, verdeling
dispariteit ongelijkheid
dispensatio vrijstelling
dispensatio affinitatis dispensatie van aanverwantschap
dispensatio consanquinitatis dispensatie van/voor bloederwantschap
disponeeren schikken, beschikken
dispositie beschikking
dispositis wilsbeschikking (in testament)
dissentieeren oneens zijn
disserteeren redevoeren
dissolueren in stukken verdelen
dissolutio conjugi echtscheiding
dissuaderen ontraden
dissimuleeren ontveinzen, verbloemen
dissolutie ongebondenheid
dissolveeren ontbinden, losmaken, ontknopen
dissuadeeren ontraden, afraden
diversiteit verscheidenheid
divertie verloop, verplaatsing
divideeren verdelen
divisio schuldsplitsing
divorti sententia echtscheidingsuitspraak
divortium echtscheiding
devulgeeren ruchtbaar maken, verspreiden
doemschrift vonnis, schriftelijke veroordeling
doleant indiener van een bezwaarschrift
doleeren treuren, klagen
doleus opzettelijk te kwader trouw
dolus opzet, kwade trouw
domage schade
domicilium woning, woonplaats
donataris begiftigde
donatie sponsalitia bruidschat, huwelijksgift
domineeren heersen
dominium eigendom
dominium plenum volkomen eigendom
dominus directus volkomen, volledig eigenaar
dominus feudi leenheer
domus huis
donataris begiftigde
dos bruidsschat
dote huwelijksgoed
dotatie schenking
douarie bruidschat, morgengave, weduwegift, vruchtgebruik aan de langstlevende echtgenoot toegekend
dresseren verhelpen
driegroot munt van drie groten oftewel anderhalve stuiver
drossaard landvoord, stadhouder
drost ambtenaar, voornamelijk belast met de rechtspraak, ook baljuw genoemd
drumpelmeid uitwonend dienstmeisje
dubbelt o.a. kopie, afschrift
dum veveret tijdens zijn leven
duplex vidua tweemaal weduwe

E

e vivis exessit overleed
ecclesie kerk, gemeente (oorspr. volksvergadering)
ecclesiae denuntiatio kerkelijke huwelijksaankondiging
ecclesiastyq kerkelijk, geestelijk
echteloos niet door een wettig huwelijk verbonden
echten wettigen
echtschap huwelijk
eclipseren verduisterd worden
edeeren uitgeven, openbaren
edelen adelen, adellijk maken
edicexcijs belasting op azijn
edict gebod, afkondiging - "Vt uniwiiwi van uc CCU”
edificie gebouw, getimmerte
editie uitgaaf, druk
educatie opvoeding
eebreken echtbreken, het plegen van echtbreuk
eerroof smaad, laster
effect werking, gevolg, later ook: verhandelbaar waardepaier
effect sorteren de gewenste gevolgen hebben, te stade komen
effective metterdaad
effectueel uitwerkelijk
effectueeren te weeg brengen, uitwerken, uitvoeren
efficatie kracht, werking
effigie afbeeldsel, nabootsing
effractie (in)braak
effugie uitvlucht
egaal even, gelijk
egaleeren even, gelijk maken, effenen
egayeren opvrolijken
egredieren uitgaan
egressie uitgang
Egyptenaer Egyptenaar, zigeuner, heiden
eigendag (eichendach) rechtsdag waarop de schout de eigendom toewijst
eigenerfde vrije boer
eigenrichting het zich rechtverschaffen zonder rechtsgang
eius zijn, van hem
ejusdem van dezelfde, van hetzelfde
elabeeren doorslippen, ontslippen
elaboratie afwerking, voltooiing
elaboreeren uitwerken, bearbeiden
electie verkiezing
elegant aardig, innemend
elegantie aardigheid, fraaiigheid
elegie treurklacht
elevatie verheffing
eleveeren verheffen
elideeren uitvegen, uitdrijven
eligeeren verkiezen, uitkiezen
eloceeren verhuren
elocutie uitdrukking, uitspraak, voordracht (v.e. spreker)
elogie eerspraak
eloquent welsprekende
eloquentie welsprekenheid
elucidatie verlichting, verklaring, opheldering
elucideeren verlichten, verklaren
eludeeren bespotten, misleiden
eludere ontwijken, ontduiken, verijdelen, voor de gek houden
emanatie afkondiging (van een wet of verordening)
emancipatie handlichting, vrijmaking
emancipeeren vrij maken, zijn eigen meester maken, gelijk een vader zijn zoon doet
emaneeren uitgaan, uitkomen, uitvloeien
emballeeren inpakken
embarasseeren inmengen, inwikkelen
emblema beeldwerk, zinnebeeld
embrasseeren omhelzen
embuscade laag, laaglegging
emendeeren verbeteren
emineeren uitsteken
eminent uitstekend, verheven
emis(s)aris uitgezondene, afgezondene, kondschapper; verspieder
emisit spiritum hij gaf de geest
emissie afvaardiging, uitzending
emollieeren verzachten
emologeeren voor goed achten, voor goed kennen
emolument genot, gewin, profijt, voordeel, bate
empeschement verhindering, beletsel
empescheeren verhinderen, beletten
emphasis bijzin, nadruk, kracht
emphytheusis erfpacht, recht
employ besteding, aanlegging, bezigheid, gebruik
employeeren besteden, aanleggen, bezigen, gebruiken
emporteeren ontvoeren, innemen, wegvagen
emptie koping
emulatie navolging, ondergang, nadoen
emundator zwaardveger, wapensmid
enarratie vertelling
enarreeren vertellen, verhalen
enckel goed, juist
encycliek pauselijke officiële rondzend­brief met gewichtige inhoud, gericht tot kerkelijke gezagsdragers. De encycliek heet naar haar beginwoorden
encourageeren bemoedigen
endosseeren, endorsseeren op de rug van een dossier of achter op het stuk tekenen
enerveeren ontzenuwen, krachteloos maken
engageeren inwikkelen, verbinden, verloven, verpanden, verplichten
enorin lelijk, wanstallig, ongeschikt
ennuyeux verdrietig
entameren een onderhandeling beginnen
enqueste onderzoek, het horen van getuigen
enqueste doen het horen van getuigen door de rechter i.v.m. het onderzoeken van een zaak
enqueste valetudinair onderzoek, het ho­ren van getuigen die oud of ziek zijn of waarvan gevreesd wordt zeer spoedig te zullen sterven
enquesteeren onderzoeken
enrolleeren optekenen, op de rol zetten
enterineeren (juridisch) bekrachtigen
enterinement bekrachtiging
entrepreneeren ondernemen, aannemen, onder handen nemen
entrepreneur ondernemer, aannemer
entreprise aanslag, voornemen
enunciatie uitspraak
enumeratie optelling
enumereeren optellen, aantellen
envelopperen inwikkelen, inwinden
envie afgunst, haat
envoyé gezondene
envoyeeren toezenden
eodum (de) zelfde
eodum anno in het zelfde jaar
eodum die op dezelfde dag
eodum instanti op hetzelfde ogenblik
eodum morbo door dezelfde ziekte
eo quod temeer, omdat
ephorus kerkopziener, schoolopziener, (huis)onderwijzer
episcopus bisschop
epithalamium huwelijkszang
equaal even, gelijk
eques krijgsman te paard, ridder
eques loricatus gepantserd ruiter, kurassier
equinoctiaal nacht-evenings kring
equinoctie nacht-evening
equipagie uitrusting
equiperen uitrusten tot de reis
equivaleeren gelijk gelden
equivalent evenwaardig, evenveel
equivocatie gelijke benaming
eradicatie uitroeiing
eradiceeren uitroeien, ontwortelen
erectie oprichting
erentfest achtbaar
erfclage aanklacht met betrekking tot onroerend goed
erfdeling boedelscheiding
erfdienstbaarheid dienstbaarheid die op een erf rust, last waarmede een erf bezwaard is
erfdrager bezitter, eigenaar van het erf
erfgeding(e)/dinc erfrecht, contractueel recht op een goed na een anders dood
erfgescheit toewijzing van grond aan twistende partijen
erfmagescheit boedelscheiding met betrekking tot grondbezit
erfschatter schatter, taxateur van vaste goederen
erigeeren oprechten
eripieeren onttrekken, ontrukken
erraten misslagen
erreeren missen, dwalen
erreur doling, misslag
erroneus dwaling, dolende
erudieren onderwijzen
esgal gelijk
esgaleeren gelijk maken
esclaircissement verklaring
espargne, espergne besparing, zuinigheid
esquadre, esquadron hoofdgedeelte, wijk, troep, slagorder
esschappeeren ontsnappen, ontkomen
essay proef
essayeur proever, bezoeker, iemand wiens werk het is gouden en zilveren voorwerpen op hun gehalte te onderzoeken
essayeeren beproeven (op gehalte)
essentie wezen (van een zaak)
essentieel wezenlijk
est hij/zij is
estaminet scheringschool, afzonderlijke kamer voor een besloten gezelschap (in een herberg), eenvoudige herberg
estim achting
estimatie waardering
estimeeren achten, waarderen
estrik gebakken (verglaasde) vloertegel
eusonie welgevallige uitspraak, welluidendheid
euveldaad boze daad, misdaad
euvellijk in hoge mate, geducht, geweldig
evacuatie ontruiming
evacueeren ledigen, ontledigen, ontruimen
evaluatie waardering
evanesceren verdwijnen
evenement, eventus uitkomst, geval
evenmaat evenredigheid (vooral t.a.v. afmetingen)
eventualis, eventuceren pogen, bezig houden, oefenen
eventus uitkomst, geval
evictie uitwinning, afwinning
evident openlijk, klaarblijkelijk
evidentie schijnbaarheid, klaarblijkelijkheid
evinceeren verdringen; afwijzen; (een koper) ontzetten uit zijn eigendom, uitwinnen
eviteeren mijden, schuwen
evocatie uitdaging, klacht van geweigerd recht
evoceeren uitdagen
ex uit
exacte gauw, nauwkeurig, doorwrocht
exacteur schatter, geldafperser
exactie afeising, afpersing, schatting
exactioneeren schatten, overschatten, afdwingen
exaggereeren vergroten, ophopen
exalteeren verhogen, verheffen
examen, examinatie onderzoeking
examineeren beproeven, toetsen, ondervragen
excedeeren te boven gaan
excelleeren uitsteken
excellent uitstekend
except uitgenomen, uitgezonderd
exceptie uitneming, uitzondering, verzet
exceptie declinatoir verzet tot ontgaan van de dwang van het gerecht
exceptio de non numerata pecunia behelping met te zeggen dat het geld niet geteld is.
exceptie dilatoir/dilatoria verzet gericht op uitstel
exceptie peremptoir verzet tot vernietiging van de zaak
exceptie proponeeren verzet voorstellen
exceptie van incompetentie verzet van onbekwaamheid (van de rechters)
exceptie litits fïnitae verzet van afgedane zaak
exceptie van litispendentie verzet van hangende zaak
exceptie van ranvo verzet van overwijzing
exceptie van transactie verzet uit willig verdrag of vriendelijke scheiding
exceptio rei judicatae verzet van vonnis of gewijsde zaken
exces overdaad, uitspatting, buitenspo­righeid; exces van sinne = zinsverruk­king
excessyf overdadig, boventallig, buiten­sporig
excipiendo tegenwerpend
exciteren opwekken, gaande maken
executeur uitvoerder (van testament)
exemt vrijstelling
exhiberen tonen, laten zien
excipieeren uitzonderen, uitvlucht nemen of zoeken, verzet voorstellen, zich beroepen op
excipient verzetter
excisenaer pachter der accijnsen
exciteeren opwekken, gaande maken
exclameeren uitroepen, uitschreeuwen
exclave uitliggend, uitgesloten
excludeeren uitsluiten
exclus uitgezonderd, uitgesloten
exclusie uitsluiting, verstek
excogiteeren bezinnen, verzinnen
excommunicatie verbanning, uitsluiting van het ontvangen der sacrementen, kerkban
execrabel afgrijselijk, vervloekelijk
excrement uitwerpsel
excus(s)eeren ontschuldigen
excussie afpersing
exequiën lijkdienst, uitvaart
executabel uitrichtelijk, uitvoerlijk
executeeren uitrechten
executeur een uitvoerder, deurwaarder
executie uitvoering, uitwinning
excutoriaal uitvoerlijk, verrichtelijk
executorie uitwinningsbrief
exposita vondelinge
expositus vondeling
expostultie beklaging
exposturere beklag doen
expres, expresselijk uitdrukkelijk
expresseeren uitdrukken
exprobatie verwijt, versmading
exprofesso openlijk met voordacht
exprobreeren verwijten
expugneeren bevechten
expurgeeren zuiveren, reinigen
exquis, exquisit uitgelezen, nauwkeurig
exspecteeren verwachten
exspiratie uitgang, beëindiging
exspireeren verscheiden, beëindigen
ex tab(b)e door tering
extase verrukking van zinnen
extempere voor de vuist weg, met haast
extendeeren uittrekken, uitbreiden, uitspannen
ex testamento uit kracht van uiterste wil
extimeren schatten, taxeren
extinctus overleden
extingeeren uitblussen, doven
extirpeeren uitroeien
extorqueeren uitwringen, afpersen
extorsie afpersing, afdwinging
extract kort begrip, uittreksel, verkorte vorm van acte
extractie het maken van een extract
extradeeren uitgeven
extraheeren uittrekken, in het kort stellen
extrajuciciael buiten rechtsdwang
extraneus vreemdeling
extraordinaris ongewoon
extravageeren hooglopen, uit het spoor gaan
extravragant hooglopende, hooggaande
extravragantie uitsporigheid
extreem uitnemende
extrema unctio laatste oliesel
extremis munita(us) voorzien van het laatste oliesel
extremis praemunitus voorzien van de laatste sacrementen
extremiteit uiterste

F
In voorbereiding
G
In voorbereiding
H
In voorbereiding
I
In voorbereiding
J
In voorbereiding
K
In voorbereiding
L
In voorbereiding
M
In voorbereiding
N
In voorbereiding
O
In voorbereiding
P
In voorbereiding
Q
In voorbereiding
R
In voorbereiding
S
In voorbereiding
T
In voorbereiding
U
In voorbereiding
V
In voorbereiding
W
In voorbereiding
X
In voorbereiding

Y

In voorbereiding
Z
In voorbereiding